MENU
Door Tine De Koninck

Joannes van Sambeeck

Missionaris en multimediaal auteur

Hij werd beboet, gearresteerd, gevangen genomen, verbannen en in elkaar geslagen door calvinistische jongeren. Het leven van Joannes Van Sambeeck als katholieke missionaris in het Noord-Nederlandse Harderwijk liep niet bepaald over rozen. Van Sambeeck (1601-1666) werd geboren in Gennep ten zuiden van Nijmegen in een welgestelde familie. Zijn vader was schout en zijn moeder telg van een Spaans adellijk geslacht. In 1621 trad hij toe tot de jezuïetenorde, dertien jaar later werd hij tot priester gewijd en voorbereid op een leven in de Missio Hollandica. De rest van zijn leven zou hij ten dienste staan van de Harderwijkse katholieken.

In 1663 liet Joannes van Sambeeck zijn enige dichtwerk publiceren, Het gheestelyck jubilee van het jaer O.H. M.DC.L. ofte vreughde van t’ berouw verbeelt door t’ ghesucht der tortelduyven naer haer gayke. Misschien verwijst de titel naar zijn vijftigjarige jubileum of zijn  dertigjarige jubileum als jezuïet in 1650? Volgens het titelblad verscheen de bundel in Antwerpen, maar zoals wel meer katholiek drukwerk bestemd voor de Hollandse missie was dit een schijnadres. In werkelijkheid werd Het gheestelyck jubilee in Amsterdam gedrukt door Philippus van Eyck. Behalve 167 geestelijke liederen bevat de bundel emblemen, anagrammen, gebeden, rijmpjes, versjes voor tijdens het borduren en een abc-boekje over het lijden van Christus. Over de literaire waarde van de liedteksten kan gediscussieerd worden, maar ze passen wel helemaal in de contrareformatorische traditie van moralistisch-didactisch getinte liederen. De bundel bestaat uit drie delen, die de fasen van de mystieke opgang tot God representeren met het beeld van de tortelduif als leidraad. De invloed van Adriaan Poiters is op het vlak van thematiek nooit ver weg.

De liederen zijn zonder uitzondering contrafacten, nieuwe liederen gedicht op bestaande melodieën van Nederlandse, Latijnse, Franse, Italiaanse, Duitse en Spaanse herkomst. In het gedrukte liedboek zijn de liederen enkel voorzien van wijsaanduidingen, een algemeen voorkomend gebruik om naar bekende melodieën te verwijzen. Uitzonderlijk is dat er een persklare manuscriptversie van Het gheestelyck jubilee is bewaard, die werd afgerond in 1650. Ook hier kan de mysterieuze aanduiding ‘jaer O.H. M.DC.L.’ in de titel van het gedrukte liedboek naar verwijzen. Het handschrift met als titel De Nederlandtsche tortelduyve suchtende naer haer gayke bevat bij verschillende liederen één- tot vierstemmige muzieknotatie, wat doet vermoeden dat het handschrift waarschijnlijk voor een specifiek geoefend zangerspubliek was bedoeld, waarschijnlijk de plaatselijke klopjesgemeenschap. De sterk uitgebreide gedrukte versie bevat nog andere aanpassingen om het potentiële publiek te vergroten. Zo zijn een aantal expliciete polemische verwijzingen naar de lokale, calvinistische gemeenschap weggelaten. Waarschijnlijk wilde Van Sambeeck de al explosieve situatie in Harderwijk niet verder op de spits drijven.

Verder lezen

Albert Boone, 1971, ‘De Nederlandtsche Tortelduyve suchtende naer haer gayke’. The Brussels museum of musical instruments bulletin 1, 31-40.

Paul Raasveld (1996). ‘Missie en multimedia: Johannes van Sambeecks De Nederlandtsche tortelduyve suchtende naer haer gayke (1650) en Het geestelyck jubilee van het jaer O.H.M.DC.L (1663).’ De zeventiende eeuw 12, 379-393.

 

 

Terug naar de artikelen