MENU
Door Nicoline van der Sijs

Paullus Merula

Een historicus met belangstelling voor het Nederlands

Paullus Merula of Paul de Merle (1558 – 1607) werd in 1592 benoemd als hoogleraar geschiedenis in Leiden en in 1597 door de Staten-Generaal aangesteld als geschiedschrijver van Nederland. Als humanistisch geleerde schreef hij zijn wetenschappelijke werken in het Latijn, maar hij publiceerde ook in het Nederlands. 

In 1592 schreef hij een handboek voor procesrecht getiteld Synopsis Praxeos Civilis, Maniere van Procederen. Dit Nederlandstalige standaardwerk bleef bijna twee eeuwen lang in gebruik, de laatste uitgave was in 1783. In het voorbericht legt Merula uit waarom hij het werk in het Nederlands heeft geschreven: hij wil dat iedereen, ook degenen die geen Latijn kennen, hem begrijpen. Velen houden zich immers bezig met procederen, en al die mensen wil hij van nut zijn. Ook wijst hij erop dat hij wel verplicht is zijn boek in het Nederlands te schrijven omdat bijna alle officiële stukken in het Nederlands waren gesteld. Hiermee verwijst hij naar het besluit van de Staten-Generaal uit 1582 om voortaan in principe hun stukken op te stellen in het Nederlands in plaats van in het Frans, zoals voorheen. Hoe belangrijk het werk ook jaren later nog was, blijkt uit het feit dat Hugo de Groot, toen hij in 1631 de Inleiding tot de Hollandsche rechts-geleerdheyd publiceerde, het procesrecht buiten beschouwing liet en volstond met een verwijzing naar Merula.

Merula was de eerste die een Oudnederlandse tekst uitgaf. Toen hij in 1597 werd benoemd tot bibliothecaris van de Leidse universiteit, kon hij de hand leggen op een handgeschreven Hollandse bewerking van een parafrase van het Hooglied, gemaakt door Williram, abt van Ebersberg in Beieren, rond 1100. De Nederlandse bewerking is waarschijnlijk in Egmond vervaardigd: daar bleef het in de abdij bewaard totdat de Geuzen in 1573 de abdij bezetten. De abt redde het manuscript en via-via kwam het in de universiteitsbibliotheek van Leiden terecht, waar het nog steeds berust. Inmiddels staat het handschrift bekend als de Leidse Willeram. Merula zag onmiddellijk de waarde van het handschrift in, en hij gaf het in 1598 uit in een Latijnstalige editie. Zijn Willerami Abbatis in canticum canticorum paraphrasis gemina was de eerste complete editie van een Oudgermaanse tekst met uitgebreid filologisch commentaar. 

Verder lezen

S.P. Haak, 1912. `Merula, Paullus.’ In: Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek, deel 2.

Terug naar de artikelen